Homepage Drugs Trip Reports Verslaving Stimulanten Verdovende Middelen Tripmiddelen More...

Zamnesia banner   Drugs testen banner

Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Hier vind je alles wat niet bij één bepaalde drug hoort. Voor vragen over combinaties kun je het best in de subfora over de aparte drugs zoeken.

Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Berichtdoor Chatman » vr jan 27, 2012 2:22 pm

Hieronder volgt een beschrijving van de meest in het oog springende ontwikkelingen
uit het Jaarbericht 2010. De tabellen 1a en 1b geven een overzicht van de laatste cijfers
over het middelengebruik en de drugscriminaliteit. Recente gebruikers hebben het afgelopen
jaar een middel gebruikt en actuele gebruikers deden dat in de afgelopen maand.


Drugs: gebruik en hulpvraag
Cannabisgebruik onder scholieren blijft dalen, hulpvraag
neemt nog steeds toe

In 2009 had 7 procent van de bevolking van 15 tot en met 64 jaar in het jaar voorafgaand
aan de peiling cannabis gebruikt. Vier procent was een actuele gebruiker.
Deze cijfers zijn hoger dan in 2005 (5% recent en 3% actueel gebruik). In 2009 had
bijna een op de drie (30%) actuele gebruikers in de afgelopen maand dagelijks of
bijna dagelijks geblowd. In 2005 was dat een op de vier (23%).
Vanwege verschillen in wijze van gegevensverzameling is echter niet goed aan te
geven of het gaat om een daadwerkelijke toename in het (frequent) gebruik. In 1997,
2001 en 2005 zijn vragen over drugs in een persoonlijk gesprek (face-to-face) afgenomen:
de interviewer stelde de vragen en noteerde de antwoorden. In 2009 voerde de
respondent zijn antwoorden rechtstreeks in op de computer, zonder dat de onderzoeker
mee keek. Er zijn aanwijzingen dat meer anonieme en privacybeschermende methoden,
zoals toegepast in 2009, leiden tot hogere prevalenties van gebruik.
Uitgaande van de cijfers uit 2009 valt het percentage recente en actuele cannabisgebruikers
in de algemene bevolking in Nederland precies samen met de Europese
gemiddelden.
Het percentage actuele cannabisgebruikers onder scholieren van het reguliere
voortgezet onderwijs daalde geleidelijk tussen 1996 en 2007. De licht dalende trend
zette zich in 2009 voort. In dit jaar was vijf procent van de 12-16 jarige scholieren
een actuele cannabisgebruiker. Er zijn geen verschillen in actueel cannabisgebruik
tussen schoolniveaus.
In bepaalde groepen jongeren en jongvolwassenen ligt het gebruik van cannabis
hoger. Zo varieerde het percentage actuele gebruikers onder verschillende groepen
uitgaanders in uiteenlopende regio’s en leeftijdgroepen en settingen van 12 tot circa
40 procent (exclusief coffeeshopbezoekers). Onder verschillende groepen probleemjongeren
varieerde het percentage actuele gebruikers tussen 29 en 65 procent.
Het aantal cannabisgebruikers met een hulpvraag bij de verslavingszorg blijft echter
stijgen. Tussen 2000 en 2009 nam het aantal primaire cannabiscliënten toe van 3 534
naar 8 863. Van 2008 naar 2009 ging het om een toename van drie procent. Deze
16 Nationale Drug Monitor – Jaarbericht 2010
trend deed zich voor in alle leeftijdsgroepen. Ruim de helft van de cannabiscliënten had
ook problemen met een of meer andere middelen. In algemene ziekenhuizen worden
nog steeds weinig mensen opgenomen vanwege cannabismisbruik en –afhankelijkheid
als hoofddiagnose. In 2009 ging het om 75 opnames. Het aantal opnames met cannabisproblematiek
als nevendiagnose is groter – 520 gevallen in 2009 - en blijft stijgen. Bij
bijna een kwart (22%) van de opnames met cannabisproblematiek als nevendiagnose
vormden psychosen de hoofddiagnose.
Deze trend in de hulpvraag kan wijzen op een toename van het aantal probleemgebruikers
van cannabis, al dan niet in samenhang met het relatief hoge THC-gehalte
in nederwiet. Ook kan een verbetering van het hulpverleningsaanbod voor cannabisproblematiek
een rol spelen of een toenemende bewustwording van de verslavende
eigenschappen van cannabis, waardoor gebruikers wellicht sneller hulp zoeken. Overigens
moet rekening worden gehouden met een “vertragingseffect”: het kan jaren
duren voordat probleemgebruikers eventueel hulp zoeken. Het is dus mogelijk dat
een stijging in de hulpvraag is te herleiden tot een veel eerder gestarte toename van
probleemgebruik in de bevolking. Al met al is nog geen afdoende verklaring gevonden
voor de stijging van de cannabishulpvraag. Ongeveer 29 duizend mensen in de algemene
bevolking van 18-64 jaar voldeden in 2007/2009 aan een diagnose cannabisafhankelijkheid
en 40 duizend mensen voldeden aan een diagnose cannabismisbruik.

Stabilisering cocaïnehulpvraag bij verslavingszorg,
lichte stijging ziekenhuisopnames
In 2009 had een op de twintig (5,2%) Nederlanders van 15-64 jaar ervaring met
cocaïne en ruim één procent was een recente gebruiker (1,2%). Actueel gebruik werd
gerapporteerd door 0,5 procent. Deze cijfers liggen hoger dan die uit de peiling in
2005, maar dit zou kunnen samenhangen met een verandering in de onderzoeksmethode
(zie voorgaande paragrafen).
Onder de schoolgaande jongeren van 12-18 jaar in het regulier onderwijs is het
ooitgebruik van cocaïne tussen 1996 en 2007 licht gedaald van drie naar 1,7 procent.
Het actuele gebruik bleef ongeveer op hetzelfde niveau (rond 1%).
Cocaïnegebruik, vooral in de snuifbare poedervorm, komt relatief veel voor onder
jongeren en jonge volwassenen met een uitgaande leefstijl, maar het middel is minder
populair dan ecstasy. Cocaïne wordt echter niet alleen in uitgaansgelegenheden
geconsumeerd maar ook vaak thuis, zowel in het weekend als doordeweeks. Naar
schatting twaalf procent van de bezoekers van landelijke en regionale party’s was
in 2008/2009 een actuele cocaïnegebruiker en vijf procent had tijdens de uitgaansavond
cocaïne gebruikt. Onder bezoekers van clubs en discotheken lag het actuele
cocaïnegebruik wat lager, variërend tussen regio’s van drie tot zes procent.
De rookbare variant (‘crack’) komt veel voor onder opiaatverslaafden, maar de harddrugsscene
kent ook crackgebruikers die geen opiaten consumeren. Hoeveel mensen
lichamelijke, psychische of sociale problemen krijgen vanwege overmatig cocaïnegebruik
is niet bekend.
Samenvatting 17
De verslavingszorg registreerde tot 2004 een sterke groei van het aantal primaire
cocaïnecliënten, van 2 500 in 1994 naar tienduizend in 2004. Tussen 2004 en 2009
bleef het aantal rond de tienduizend schommelen (9 993 in 2009). Voor ruim de helft
(52%) van de cliënten in 2009 met een primair cocaïneprobleem was roken (crack)
het belangrijkste probleem. Voor bijna de helft was snuiven (46%) de belangrijkste
wijze van gebruik.
Het aantal ziekenhuisopnames waarbij cocaïnemisbruik of – afhankelijkheid als
hoofddiagnose stond geregistreerd is beperkt (100 in 2009). Het aantal opnames
waarbij cocaïneproblematiek als nevendiagnose stond geregistreerd is groter en
neemt geleidelijk toe. In 2009 ging het om 637 opnames, waarvan een op de vijf te
maken had met ziekten van de ademhalingswegen.

Aandeel jonge opiaatgebruikers blijft beperkt
In de algemene bevolking komt heroïnegebruik weinig voor. In 2009 had 0,5 procent
van de Nederlanders van 15 tot en met 64 jaar ervaring met dit middel en slechts
0,1 procent was een actuele gebruiker. Heroïne is ook niet populair onder jongeren.
In 2007 had 0,8 procent van de scholieren van 12-18 jaar van het regulier onderwijs
ervaring met deze drug en 0,4 procent gaf aan dit middel in de afgelopen maand te
hebben gebruikt.
Volgens de laatste schatting voor 2008 bedraagt het aantal problematische opiaatgebruikers
in Nederland ongeveer 18 duizend. Dat is minder dan een decennium
geleden. De Nederlandse populatie opiaatgebruikers is in de loop der jaren gemiddeld
steeds ouder geworden.
Ook het aantal opiaatcliënten bij de verslavingszorg is sinds begin deze eeuw
gedaald. Tussen 2001 en 2004 daalde het totale aantal cliënten met een primair
opiaatprobleem, van bijna 17 duizend naar ruim 14 duizend. In de jaren er na vond
een verdere geleidelijke daling plaats naar 12 466 cliënten in 2009.
Het aandeel jonge opiaatcliënten van 15 tot en met 29 jaar bij de verslavingszorg
daalde van 39 procent in 1994 naar 6 procent in 2005 en 2006 en stabiliseerde op
5 procent in 2007 tot en met 2009.
De meeste opiaatgebruikers zijn bekenden van de verslavingszorg. In 2009 klopte
slechts vier procent voor het eerst aan voor hulp vanwege een drugsprobleem. De
rest stond al eerder ingeschreven bij de verslavingszorg.
De daling tussen 2002 en 2006 in het aantal opnames in algemene ziekenhuizen,
waarbij opiaatproblematiek als nevendiagnose was gesteld, stagneerde in de jaren
er na. Tussen 2006 en 2009 is een stijging (+22%) waarneembaar. Ziekten en
symptomen van de ademhalingswegen zijn de meest voorkomende redenen voor
opname (29% in 2009). Het aantal ziekenhuisopnames met opiaatproblematiek als
hoofddiagnose blijft laag (65 in 2009).
Het aantal nieuwe en gemelde gevallen van hiv en hepatitis B en C onder injecterende
drugsgebruikers is al jaren laag. Het aantal nieuw gediagnosticeerde hivgevallen
onder injecterende drugsgebruikers per miljoen inwoners (0,5 in 2008) is
18 Nationale Drug Monitor – Jaarbericht 2010
het laagst van de EU-15. Het aantal bestaande besmettingen, vooral met hepatitis C,
in steden die daar gegevens over hebben, is echter hoog. Voor verreweg de meeste
regio´s in Nederland ontbreken cijfers over het vóórkomen van hepatitis C onder
drugsgebruikers.

Ecstasygebruik behoort tot de hoogste regionen van de EU;
hulpvraag bij verslavingszorg blijft beperkt en daalt
In 2009 had 6,1 procent van de bevolking van 15 tot en met 64 jaar ooit ecstasy
gebruikt. Recent en actueel gebruik werd door respectievelijk 1,4 en 0,4 procent
gerapporteerd. Het percentage recente gebruikers ligt daarmee boven het Europese
gemiddelde van 0,8 procent.
Onder scholieren van het voortgezet onderwijs van 12-18 jaar is het ecstasygebruik
tussen 1996 en 2007 gedaald. In 2007 had 2,4 procent van de scholieren ervaring met
ecstasy en 0,8 procent had deze drug in de afgelopen maand nog gebruikt.
Ecstasy blijft na cannabis de meest populaire illegale drug onder jongeren en
jonge volwassenen in het uitgaansleven. In 2008/2009 was een kwart (24%) van
de bezoekers van landelijke en regionale party’s en festivals een actuele ecstasygebruiker.
Bijna een op de vijf (18%) had tijdens de uitgaansavond nog gebruikt,
maar dit percentage verschilde sterk tussen uitgaansgelegenheden. Onder bezoekers
van clubs en discotheken varieerde het percentage actuele ecstasygebruikers van vijf
procent in het noorden tot twaalf procent in het westen van Nederland. Landelijk
gezien was vier procent een actueel gebruiker.
Onbekend is het aantal mensen dat problemen krijgt vanwege ecstasygebruik. Onder
bezoekers van party’s en clubs kon een op negen recente ecstasygebruikers (11%)
worden gedefinieerd als probleemgebruiker, minder dan voor amfetamine (19%).
Onder clubbezoekers voldeed 13 procent van de recente ecstasygebruikers aan de
criteria voor probleemgebruiker.
Ecstasygebruikers zoeken niet vaak hulp bij de verslavingszorg. Het aandeel
ecstasycliënten van alle drugscliënten in de verslavingszorg is al jaren gering (minder
dan 1%) en daalt licht. In 2009 ging het om 154 mensen met een primair ecstasyprobleem,
in 2008 om 191. Drie keer zoveel cliënten noemen ecstasy als secundair
probleem (451 in 2009).
Bij ongeveer een op de vier geregistreerde drugsincidenten in 2010 speelde ecstasy
een rol. De incidenten deden zich veelal voor op dance party’s en waren overwegend
mild van aard.

Amfetamine blijft minder populair dan ecstasy en cocaïne
In 2009 had 3,1 procent van de algemene bevolking van 15 tot en met 64 jaar
ervaring met amfetamine. Minder dan een procent was een recente (0,4%) of actuele
(0,2%) gebruiker. Daarmee ligt het amfetaminegebruik op alle maten twee tot drie
keer lager dan het ecstasygebruik. Ook ligt het percentage recente amfetaminegebruikers
in Nederland onder het Europese gemiddelde van 0,6 procent.
Samenvatting 19
Onder scholieren van het regulier onderwijs van 12-18 jaar daalde het amfetaminegebruik
tussen 1996 en 2007. Deze daling deed zich met name voor tussen 1996
en 1999. In 2007 had 1,9 procent van de scholieren van 12-18 jaar ooit amfetamine
gebruikt en 0,8 procent deed dit nog in de afgelopen maand.
Amfetaminegebruik komt vaker voor onder jongeren en jongvolwassenen in het
uitgaansleven, maar aanzienlijk minder dan ecstasy. In 2008/2009 was zeven procent
van de bezoekers van landelijke en regionale party’s een actuele amfetaminegebruiker.
Het percentage actuele gebruikers van amfetamine onder clubbezoekers was
het hoogst in het westen (5,4%) en het laagst in het zuiden van het land (1,7%).
Landelijk gezien was twee procent een actuele gebruiker.
Het aantal amfetaminegebruikers dat aanklopte bij de verslavingszorg verdrievoudigde
tussen 2001 en 2007 en stabiliseerde in 2008 en 2009. In 2009 stonden 1 504
cliënten ingeschreven met een primair amfetamineprobleem en 989 met een secundair
amfetamineprobleem. De gemiddelde leeftijd van de primaire amfetaminecliënten
steeg van 26 jaar in 2005 naar 30 jaar in 2009. Het aandeel van amfetamine op alle
hulpvragen voor drugsproblematiek bij de verslavingszorg bleef al die jaren gering
(2 tot 4%). Het aantal opnames in algemene ziekenhuizen met misbruik en afhankelijkheid
van amfetamine-achtigen (inclusief ecstasy) als hoofddiagnose blijft eveneens
beperkt. In 2009 ging het om 73 opnames, iets meer dan in 2008 (54). De stijging
tussen 2006 naar 2008 in het aantal nevendiagnoses in verband met afhankelijkheid
en misbruik van amfetamine-achtigen, van 88 naar 145, zette zich met 127 opnames
in 2009 niet voort.
In slechts een klein percentage van de in 2009/2010 geregistreerde drugsincidenten
speelde amfetaminegebruik een rol.

Aantal incidenten GHB is toegenomen
Het gebruik van GHB komt in de algemene bevolking en onder scholieren van het
regulier onderwijs naar verhouding weinig voor. In 2009 had 1,3 procent van de
bevolking van 15 tot en met 64 jaar ervaring met GHB en 0,2 procent was een
actuele gebruiker. Omgerekend naar absolute aantallen hebben naar schatting
144 000 mensen ervaring met GHB. Het aantal actuele GHB gebruikers is naar schatting
22 000, evenveel als het aantal actuele gebruikers van amfetamine.
In 2007 had 0,6 procent van de scholieren van 12-18 jaar ervaring met GHB.
Hogere percentages worden gerapporteerd onder scholieren van speciale scholen,
jongeren in de jeugdzorg en justitiële jeugdinrichtingen. Ook uitgaande jongeren en
jongvolwassenen hebben vaker ervaring met GHB. In 2008/2009 had 4,6 procent
van de bezoekers van landelijke en regionale party’s in de afgelopen maand GHB
gebruikt. Onder bezoekers van clubs en discotheken lag het percentage actuele
gebruikers op bijna twee procent (1,7%).
GHB-gebruik, vooral dagelijks, kan tot afhankelijkheid leiden, en bij abrupte stopzetting
tot vrij heftige onthoudingsverschijnselen. De hulpvraag vanwege GHB verslaving
20 Nationale Drug Monitor – Jaarbericht 2010
bij een aantal instellingen voor verslavingszorg is de afgelopen jaren toegenomen
maar landelijke cijfers zijn pas sinds 2009 beschikbaar. In dit jaar stonden 279 mensen
geregistreerd met een primair GHB probleem. Zij waren gemiddeld 26 jaar.
GHB is lastig te doseren en het risico op een overdosering is groot. Het aantal
GHB slachtoffers bij spoedeisende eerste hulpdiensten is tussen 2003 en 2009
verzesvoudigd tot naar schatting 1 200 gevallen. Er is geen goed zicht op het aantal
sterfgevallen waarbij GHB betrokken is. In 2009 stond GHB acht keer vermeld op
de doodsoorzakenformulieren bij het CBS en in 2010 vijf keer (voorlopig cijfer).
Onbekend is echter of GHB bij deze gevallen de oorzaak was of een bijdragende
factor bij het overlijden.

Alcohol en tabak: gebruik en hulpvraag
Lichte daling alcoholgebruik onder jongeren en volwassenen
In 2009 had driekwart (76%) van de bevolking van 15 tot en met 64 jaar in de afgelopen
maand alcohol geconsumeerd. Dit is iets minder dan in 2005 (78%). Zwaar drinken (op
één of meer dagen per week minstens zes glazen alcohol drinken) kwam in 2009 voor bij
tien procent van de bevolking van 12 jaar en ouder. Dat komt neer op in totaal 1,4 miljoen
mensen. In 2001 was nog veertien procent van de bevolking van twaalf jaar en ouder een
zware drinker. Tussen 2008 en 2009 bleef het percentage zware drinkers in de algemene
bevolking gelijk, behalve onder mannen van 18-24 jaar (daling van 37% naar 30%).
Het alcoholgebruik onder scholieren van 12 tot en met 16 jaar van het voortgezet
onderwijs is tussen 2003 en 2009 afgenomen. In 2003 had nog 55 procent in de afgelopen
maand alcohol gedronken, in 2009 was dat 37 procent. De daling was het grootst
onder 12-14 jarigen. Ook het percentage scholieren dat in de afgelopen vier weken wel
eens vijf glazen of meer alcohol bij één gelegenheid heeft gedronken (‘binge drinken’)
daalde van 36 procent in 2003 naar 26 procent in 2009. Onder de actuele drinkers lag
het percentage binge drinkers in 2009 (67%) echter op het zelfde niveau als in 2003
(64%). Scholieren van de beroepsgerichte leerweg van het VMBO scoren op alle in 2009
gemeten indicatoren van alcoholgebruik (percentage actuele drinkers, binge drinken en
meer dan 10 glazen op een weekenddag) hoger dan scholieren van het VWO.
Het percentage jongeren onder de zestien jaar dat een poging doet om alcohol te
kopen is tussen 2001 en 2009 fors gedaald. Als zij echter een kooppoging doen is,
ondanks een wettelijk verbod, de slaagkans onverminderd groot gebleven.
In 2009 zijn ruim 34 duizend cliënten behandeld voor een primair alcoholprobleem.
Dit is even veel als in 2008 en 2007, maar 54 procent meer dan in 2001. De stijging
in het aantal primaire alcoholcliënten deed zich voor in alle leeftijdgroepen, maar was
relatief het grootst onder de ouderen. In 2009 was bijna een kwart van de primaire
alcoholcliënten een 55-plusser (23%).
Ook de stijging in het aantal alcoholgerelateerde opnames in ziekenhuizen lijkt
af te vlakken. In 2009 stonden 5 908 opnames geregistreerd vanwege een hoofdSamenvatting
21
diagnose alcoholmisbruik- en afhankelijkheid. In 2008 waren dat er 5 983. Het aantal
opnames waarvoor deze stoornissen als nevendiagnose stonden geregistreerd is ruim
twee keer zo groot en steeg van 9 949 in 2001 naar 13 717 in 2008 (+35%), om
in 2009 weer te dalen naar 12 459 (-9%). Onder jongeren en kinderen van 16 jaar
of jonger bleef het aantal alcoholgerelateerde opnames (hoofd- en nevendiagnoses)
onverminderd stijgen (887 opnames in 2009). Van 2008 naar 2009 ging het om een
toename van 25 procent.

Stabilisering dagelijks roken onder jongeren
Diverse peilingen suggereren dat het percentage rokers in de algemene bevolking in
de afgelopen jaren is gestabiliseerd, dan wel licht is afgenomen. In 2009 lag volgens
het CBS het percentage rokers in de bevolking van 12 jaar en ouder op 27,1 procent.
Het percentage zware rokers (20 sigaretten per dag of meer) daalde licht, van 6,8
naar 6,3 procent onder mensen van 12 jaar en ouder.
Het percentage scholieren van 12-16 jaar in het regulier onderwijs dat ooit had
gerookt daalde licht tussen 2005 en 2009. Het percentage dagelijkse rokers lijkt
zich in deze periode te stabiliseren. Toch rookt op 16-jarige leeftijd nog negentien
procent van de jongeren in het voortgezet onderwijs dagelijks. Onder scholieren van
de beroepsgerichte leerweg van het VMBO komt dagelijks roken veel meer voor dan
onder scholieren van het VWO (15% versus 1%). Jongeren van 12-16 jaar in de
residentiële jeugdzorg en de justitiële jeugdinrichtingen roken naar verhouding ook
veel meer dan hun leeftijdsgenoten in het reguliere onderwijs.
Per jaar doet ongeveer een kwart van de rokers een poging om te stoppen met
roken. In 2009 was dit 27 procent. In absolute aantallen deden ongeveer een miljoen
rokers een poging om te stoppen met roken.
Vanaf 1 januari 2011 is het integrale stoppen-met-rokenprogramma opgenomen
in het basispakket van de Zorgverzekeringswet. De basis van de integrale aanpak
is een vorm van erkende gedragsmatige begeleiding, eventueel aangevuld met
bewezen farmacotherapie.
Sterfte

Roken blijft de belangrijkste oorzaak van voortijdige sterfte
In 2009 overleden ruim 19 245 mensen van 20 jaar en ouder aan de directe gevolgen
van roken, ongeveer even veel als in 2008. De sterfte aan longkanker is de belangrijkste
aan roken gerelateerde doodsoorzaak en deze sterfte nam tussen 2003 en
2009 iets toe, vooral onder vrouwen. In deze aantallen zijn nog niet de sterfgevallen
vanwege passief meeroken verdisconteerd.
Wereldwijd is naar schatting één op de honderd sterfgevallen het gevolg van
passief meeroken. De sterfte ontstaat vooral door hartziekten, luchtweginfecties,
astma en longkanker.
De toename in totale sterfte door alcoholgerelateerde aandoeningen vanaf begin
jaren negentig tot circa 2004 heeft zich in de jaren er na niet doorgezet. In 2009
22 Nationale Drug Monitor – Jaarbericht 2010
waren alcoholgerelateerde aandoeningen de directe aanleiding voor 724 sterfgevallen;
in 1 037 gevallen stonden alcoholgerelateerde aandoeningen als secundaire
doodsoorzaak geregistreerd. In totaal is dat twee procent meer dan in 2008, maar
van een duidelijk stijgende trend is geen sprake.
De sterfte aan alcoholgerelateerde aandoeningen en tabak is vele malen groter
dan de (hard)drugssterfte. In 2009 overleden 139 drugsgebruikers aan de gevolgen
van een overdosis, iets meer dan in 2008 (129). In de afgelopen tien jaar fluctueert
dit aantal tussen ongeveer 100 en 140 gevallen. Slechts een op de vijf slachtoffers
is jong (tussen 15 en 34 jaar). Tien jaar geleden was dat nog bijna de helft (47%).
Vergeleken met een aantal andere Europese lidstaten blijft de acute drugssterfte per
miljoen inwoners van 15-64 jaar in Nederland gering.

Markt
‘Zuiverheid’ van ecstasypillen neemt weer toe
Verschillende indicatoren wezen in 2009 op een tijdelijk afname van de beschikbaarheid
van MDMA. In 2010 is hiervan geen sprake meer. In 2010 bevatte 82 procent
van de pillen alleen een MDMA-achtige stof (MDMA, MDA, MDEA of MBDB). In
2009 bevatte maar 58 procent van de in het laboratorium geanalyseerde pillen alleen
een MDMA-achtige stof. Het aandeel pillen met geheel andere farmacologisch actieve
stoffen steeg van 8 procent in 2007 naar 27 procent in 2009 en daalde weer naar 15
procent in 2010. Ook het gemiddelde gehalte MDMA is in 2010 met 90 mg hoger
dan in 2009 (66 mg) en ook hoger dan in de jaren er voor (tussen 70 en 80 mg).

Cocaïne vaak versneden met geneesmiddelen
Het percentage cocaïnemonsters met geneesmiddelen blijft toenemen. In 2010 werd
in zes van de tien cocaïnepoeders levamisol aangetroffen. Levamisol was vroeger
een medicijn, maar staat nu niet meer voor humaan geneeskundig gebruik geregistreerd.
De gezondheidsrisico’s van het snuiven of roken van met levamisol versneden
cocaïne zijn niet precies bekend. In de Verenigde Staten zijn gevallen van ernstige
bloedziekten gerapporteerd.

Relatief veel THC en weinig CBD in nederwiet
Het gemiddelde THC-gehalte (het belangrijkste werkzame bestanddeel van cannabis) in
nederwiet is tussen 2004 en 2007 gedaald van 20 naar 16 procent en is in de jaren er na op
dit niveau gestabiliseerd. In 2009 was het gemiddelde percentage THC in nederwiet 15,1
procent. In 2010 was dit percentage hoger (17,8%), maar dit zou kunnen samenhangen
met de overstap naar een ander laboratorium voor de analyse van cannabismonsters.
Nederwiet bevat naar verhouding weinig tot vrijwel geen cannabidiol (CBD) (0,2% in
2010), een stof waarvoor aanwijzingen zijn dat deze sommige ongewenste effecten van
THC tegengaat, zoals acute psychotische symptomen, angst en verslechtering van het
geheugen. Buitenlandse hasj bevat naar verhouding meer CBD.
Samenvatting 23

De prijs van nederwiet neemt niet verder toe
De stijging van de gemiddelde prijs voor een gram nederwiet tussen 2006 en 2009
heeft zich in 2010 gestabiliseerd. In 2010 was de gemiddelde prijs 8,1 euro per gram
voor de soort die als meest populair was aangekocht en 10,1 euro voor de ‘meest
sterke’ variant.
De prijs van amfetamine bleef in de afgelopen jaren stabiel en lag in 2010 op
gemiddeld 6,6 euro per gram. De prijs van een ecstasypil nam iets toe en lag in 2010
op gemiddeld 3,2 euro per pil. Cocaïne kostte in 2010 gemiddeld 47 euro per gram.
GHB is relatief goedkoop. Consumenten betaalden in 2010 circa vijf euro per
dosis van 5 ml GHB. Zelfgemaakt betaalt een gebruiker omgerekend naar schatting
niet meer dan tien eurocent per dosis.

Delicten tegen de Opiumwet
Opsporingsonderzoeken naar ernstige vormen van georganiseerde
criminaliteit zijn in meerderheid gericht op drugs

De meerderheid van de opsporingsonderzoeken naar meer ernstige vormen van
georganiseerde criminaliteit is ook in 2009 gericht op drugs. Bij de harddrugs onderzoekt
de politie vooral criminele organisaties rond cocaïne. Daarna volgen zaken met
synthetische drugs en als derde zaken gerelateerd aan heroïne. Het aandeel zaken
met alleen softdrugs neemt toe.

Het aantal Opiumwetdelicten in de strafrechtsketen lijkt gedaald
Het algemene beeld over 2009 is dat van een daling van het totale aantal Opiumwetdelicten
dat bij politie en Openbaar Ministerie instroomde en dat is afgedaan door
de rechter. Bij de politie en bij het Openbaar Ministerie kwamen in 2009 ruwweg
17 duizend (verdachten van) Opiumwetdelicten binnen. Vanwege veranderingen in
registratiesystemen en het nog voorlopige karakter van de cijfers voor 2009 is het
echter lastig deze cijfers te vergelijken met die uit eerdere jaren en de veranderingen
goed te bepalen.

Aandeel softdrugsdelicten krijgt de overhand
Binnen de Opiumwetdelicten vertoont het aandeel harddrugsdelicten een dalende
trend en het aandeel softdrugsdelicten een stijgende trend. Deze trend is in alle cijfers
waarneembaar. Volgens de registraties van politie en Openbaar Ministerie heeft het
aandeel verdachten en zaken waar softdrugs in het spel zijn in 2009 de overhand
gekregen.

Opiumwetdelicten worden meestal voor de rechter gebracht
De meeste verdachten van Opiumwetdelicten (bijna twee derde) worden gedagvaard.
Zaken met harddrugs en vooral zaken waarbij het gaat om hard- én softdrugs worden
vaker gedagvaard dan softdrugszaken. De rechter legt Opiumwetdelinquenten in
24 Nationale Drug Monitor – Jaarbericht 2010
2009 in eerste aanleg ongeveer even vaak een taakstraf op als een (deels) onvoorwaardelijke
vrijheidsstraf. Dit verschilt niet van 2008. Een taakstraf heeft gemiddeld
een duur van 96 dagen, een vrijheidsstraf 305 dagen. Verder worden ook geldboetes
opgelegd en zijn er financiële transacties door het Openbaar Ministerie. Deze sancties
komen minder vaak voor in Opiumwetzaken.

Gedetineerd vanwege een Opiumwetdelict
Van de gevangenispopulatie op peildatum 30 september 2009 bestaat 22 procent uit
Opiumwetdelinquenten. Dit is nagenoeg gelijk aan het aandeel in de jaren daarvoor.
Alleen geweldsdelinquenten vormen een groter aandeel.

Recidive van Opiumwetdelinquenten
Zeven procent van degenen die zijn veroordeeld voor een Opiumwetdelict recidiveert
binnen een jaar opnieuw met een drugsdelict. Dit aandeel loopt in tien jaar op tot 28
procent. De recidive in het algemeen (ook van andere delicten dan drugsdelicten) is
bij harddrugsdaders hoger dan bij softdrugsdaders. Ook is bij harddrugsdaders vaker
ernstige criminele recidive geregistreerd.

Kosten van bestrijding van Opiumwetdelicten
In 2009 is becijferd dat justitie in 2006 naar schatting 523 miljoen euro uitgaf aan de
bestrijding van Opiumwetdelicten (preventie, opsporing, vervolging, sanctionering
en ondersteuning van slachtoffers en daders). Van de zeven onderzochte categorieën
delicten staan de Opiumwetdelicten op de vierde plaats.

Drugsgebruikers in het strafrechtelijk systeem
Drugsgebruikende verdachten vooral opgepakt voor vermogensdelicten
De categorie “drugsgebruikende verdachten” bij de politie bestaat vooral uit mannen
van gemiddeld bijna 40 jaar, van wie de meerderheid een aanzienlijke criminele
historie heeft. Zij worden vooral opgepakt voor vermogensdelicten.

Drugsgerelateerde overlast
Bijna vijf procent van de Nederlandse bevolking geeft aan overlast ervaren te hebben
die zij aan drugs relateren. Drugsgerelateerde overlast wordt relatief zelden als het
meest urgente probleem in een buurt gezien. In een toenemend aantal Algemene
Plaatselijke Verordeningen wordt openlijk drugsgebruik verboden (‘blowverbod’).
Gemeenten kunnen dit verordenen om de overlast in de openbare ruimte aan te
pakken.

Verslavingsreclassering steeds vaker ingeschakeld
Voor ruim 15 duizend probleemgebruikers (van alcohol en drugs; ook probleemgokkers)
in het strafrechtelijk systeem verrichtte de verslavingsreclassering in 2009 activiteiten.
Samenvatting 25
Het aantal activiteiten vertoont een stijgende trend. In 2009 is er een toename van
het aantal activiteiten ten behoeve van het opstellen van een adviesrapport over een
verslaafde justitiabele, de verslavingsreclassering is vaker actief geweest in het kader
van toeleidingen naar zorg (vanuit detentie) en met het uitoefenen van activiteiten
binnen reclasseringstoezicht op justitiabelen.

Zorg als alternatief voor detentie
Het aantal activiteiten gericht op toeleiding van verslaafde justitiabelen naar zorg
buiten detentie stijgt. In 2009 waren het er ruim 4 500. Meestal wordt toegeleid naar
niet-klinische psychiatrische of verslavingszorg. Voor verslaafden met triple problematiek
(verslaving, psychiatrische problematiek en een licht verstandelijke beperking)
wordt met prioriteit zorg ingekocht door justitie.

De Inrichting voor Stelselmatige Daders
Onder de maatregel tot plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders vallen
ook in 2009 veel problematische polydrugsgebruikers, van wie een meerderheid
tevens kampt met psychiatrische problematiek. De meesten volgen een trajectregime
met gedragsinterventies binnen of buiten detentie. In totaal is de ISD tot en met 2009
rond 1 800 maal opgelegd. De insluiting in detentie van zeer actieve veelplegers als
gevolg van de ISD leidt tot naar schatting 30 procent minder aangiftes van auto- en
woninginbraken.







Dit was slechts de samenvatting en het hele artikel is hier te lezen: http://www.trimbos.nl/webwinkel/productoverzicht-webwinkel/feiten---cijfers---beleid/af/af1063-nationale-drug-monitor-jaarbericht-2010
Avatar gebruiker
Chatman
Wipkip Specialist
Moderator
Offline
 
Posts: 6927
Geregistreerd: ma feb 21, 2011 9:12 pm
Woonplaats: Onder zeeniveau

Re: Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Berichtdoor Dreuge » vr jan 27, 2012 3:00 pm

tl;dr
~*Hardcore Is A Way Of Life And If You Are Against It Than FUCK YOU!!*~

~*Take Me The Way I Am And Than We Could Be Friends*~


~~~~~FREE GONZO~~~~~
Avatar gebruiker
Dreuge
Einsteins koffiebitch
Badass Junkie
Offline
 
Posts: 4650
Geregistreerd: ma feb 21, 2011 10:22 pm

Re: Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Berichtdoor Accountz0r » vr jan 27, 2012 3:13 pm

Dreuge schreef:tl;dr


Als je dat hierbij al hebt mag je blij zijn dat je het management accounting boek niet hebt aangeschaft. 8-)
Perry schreef:Hiermee zal je niets dan weerstand opwekken en waarschijnlijk zal je de schuld hiervan bij de ander zoeken, omdat deze aanpak veelal ook duidt op weinig zelf-reflectie.
Avatar gebruiker
Accountz0r
Badass Junkie
Offline
 
Posts: 4867
Geregistreerd: wo feb 23, 2011 7:40 pm

Re: Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Berichtdoor Chatman » vr jan 27, 2012 3:24 pm

Dreuge schreef:tl;dr

Gewoon doorheen scrollen en naar de titels kijken die je interessant vindt. Ik ga ook niet alles lezen. :P
Avatar gebruiker
Chatman
Wipkip Specialist
Moderator
Offline
 
Posts: 6927
Geregistreerd: ma feb 21, 2011 9:12 pm
Woonplaats: Onder zeeniveau

Re: Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Berichtdoor Doc » vr jan 27, 2012 4:54 pm

"Amfetamine blijft minder populair dan ecstasy en cocaïne"
Nederlanders hebben ook geen smaak

"Binnen de Opiumwetdelicten vertoont het aandeel harddrugsdelicten een dalende
trend en het aandeel softdrugsdelicten een stijgende trend. Deze trend is in alle cijfers
waarneembaar. " :rock2: :rock2: :rock2:
Huilen met de ket op....
Avatar gebruiker
Doc
Bewuste Gebruiker
Offline
 
Posts: 700
Geregistreerd: ma maart 07, 2011 10:36 pm
Woonplaats: Ergens bij de rijn

Re: Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Berichtdoor Chatman » vr jan 27, 2012 5:38 pm

- 2010 ten op zichten van 2009, zit er in een XTC pil van 2010 gemiddeld 90mg meer MDMA in. :roll:
- Grappig dit: Onder scholieren van de beroepsgerichte leerweg van het VMBO komt dagelijks roken veel meer voor dan onder scholieren van het VWO (15% versus 1%).
- 1% minder cannabis gebruik (7% afgelopen jaar). Daar kan Amerika niet aan tippen. :P
- Ooit cannabis gebruikt US= 42% NL= 26% :lol:
Avatar gebruiker
Chatman
Wipkip Specialist
Moderator
Offline
 
Posts: 6927
Geregistreerd: ma feb 21, 2011 9:12 pm
Woonplaats: Onder zeeniveau

Re: Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Berichtdoor Schism » vr jan 27, 2012 5:50 pm

Ludwig Beethovic schreef:- Ooit cannabis gebruikt US= 42% NL= 26% :lol:

Ken je zo'n amerikaanse talkshow waar zo'n gast vertelt dat Nederland een veel kleiner land is, en dat als argument gebruikt? Terwijl het al in percentages is. Bill O'Reily volgens mij.
Laatst bijgewerkt door Schism op vr jan 27, 2012 5:53 pm, in totaal 1 keer bewerkt.
Schism
Badass Junkie
Offline
 
Posts: 2684
Geregistreerd: ma feb 21, 2011 10:28 pm

Re: Nationale Drug monitor 2010! (demografische gegevens)

Berichtdoor Doc » vr jan 27, 2012 5:53 pm

Ludwig Beethovic schreef:- Ooit cannabis gebruikt US= 42% NL= 26% :lol:


ookal kan ik het me niet voorstellen dat het maar 26% is, maar dat zal wel aan mijn omeving liggen. :stoned:
Huilen met de ket op....
Avatar gebruiker
Doc
Bewuste Gebruiker
Offline
 
Posts: 700
Geregistreerd: ma maart 07, 2011 10:36 pm
Woonplaats: Ergens bij de rijn


  • Gelijkaardige topics
    Reacties
    Bekeken
    Laatste post

Keer terug naar Drugs

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Bing [Bot] en 8 gasten

Royal Queen Seeds banner